Groenten

Algemeen

Groentes nemen een belangrijke plaats in onze dagelijkse voeding in. Ze bevatten veel voedingsstoffen zoals vitamines, mineralen en eiwitten. Daarnaast geven ze kleur, geur en smaak aan de gerechten. Door de glastuinbouw en de import (uit Israël, Afrika en Zuid-Amerika), zijn de meeste groenten tegenwoordig het gehele jaar verkrijgbaar.

Indeling groenten

Er bestaan heel veel soorten groenten. Deze worden ingedeeld in groepen, op grond van plantkundige kenmerken. Sommige groenten kunnen wèl tot meerdere groepen worden gerekend, maar de volgende indeling geeft een goed beeld van het gebruik in de keuken:

  • Bladgroenten, zoals kropsla, andijvie en spinazie.
  • Knol en wortelgroenten, zoals winterwortel, pastinaak en knolselderij.
  • Koolgewassen, zoals spruiten, bloemkool en groene kool.
  • Peulvruchten,  zoals doperwten, sperziebonen en peulen.
  • Stengelgroenten, zoals asperges en rabarber.
  • Vruchtgroenten, zoals tomaten, komkommer en aubergine.
  • Uigewassen, zoals bos ui en sjalot.
Bladgroenten
Knol- en wortelgroenten
Koolgewassen
Peulvruchten
Stengelgroenten
Vruchtgroenten
Uigewassen

Bladgroenten

Dit zijn groenten waarvan voornamelijk het blad gegeten wordt. Bladgroenten kunnen zowel rauw als gekookt gegeten worden. Doordat ze rijk aan water zijn leveren ze weinig energie, maar zijn ze over het algemeen wel rijk aan mineralen en vitamines. Bladgroenten van de koudegrond zijn beter van smaak en rijker aan mineralen. Bladgroenten kunt u het best bewaren bij een temperatuur die ligt tussen de 0° c en de 1° c. Verder is het belangrijk dat er een hoge luchtvochtigheid is.

Andijvie

Je hebt zomer en winterandijvie. De zomerandijvie is mals en de winterandijvie is hard. Andijvie wordt zowel in de kas als op de volle grond verbouwd. Het heeft een krullend, knapperig blad en is groen van kleur. Het hart is rozetvorming en bleekgroen tot geel van kleur.

Artisjok

De artisjok is een bolvormige of spitstoelopende bloemknop van een distelachtige plant. De bloemknoppen zijn groen van kleur en bestaan uit een bloembodem en schubvormige, vlezig bladeren. Om de fijne smaak te behouden wordt hij geoogst vlak voor hij open gaat. Een goede artisjok moet zwaar en stevig zijn, en knapperige, sappige bladeren hebben. Verder mag hij niet teveel bruine blaadjes bevatten.

Eikenbladsla

Dit is een slatype dat bestaat uit losse bladeren. De bladeren hebben de vorm van een eikenblad en zijn licht groen tot roodbruin van kleur. De sla heeft een nootachtige smaak.

Frissee sla 

Frissee is een groengele slasoort. De binnenbladeren zijn geler dan de buitenbladeren. Het verschil tussen frisee en gewone andijvie zit hem in dunnere, smallere, gekrulde bladeren. De smaak is bitter.

IJsbergsla 

Dit is een forse kropsla met een stevige krop en een helder groene kleur. De bladeren zijn dik en knapperig. IJsbergsla bevat veel vocht.

Kropsla 

Kropsla heeft over het algemeen een gesloten krop. Je hebt voorjaar, zomer, herfst en winter kropsla van de koude grond. In het voorjaar is de kropsla over het algemeen het lekkerst. Bij de sla van de koude grond moet men de buitenste bladeren verwijderen, terwijl je de sla uit kas (deze is ook kleiner) in zijn geheel kan eten. Deze is lichtgroen van kleur en van de koude grond donker groen.

Lamsoren

De lamsoor wordt ook wel zeeaster genoemd. Het is een bladgroente met lange groene bladeren, die op een zilte kleibodem groeit. Lamsoren zijn zilt van smaak en slinken nauwelijks in de pan. Je moet het blad niet wassen in ruim water. Zo behoudt hij zijn smaak.

Postelein

Je hebt zowel winter als zomer postelein. Het heeft een roodachtige stengel met groen of geelachtige blaadjes. De bladgroente heeft een wat scherpe smaak.

Raapstelen

Dit is het jong geoogste blad van de Chinese kool of de meiknol. Afhankelijk van het type wordt het hele plantje met worteltjes geoogst of bij de grond afgesneden. De lichtgroene blaadjes zijn langwerpig en ingesneden. De groente heeft een pittige smaak. Ze wordt in bosjes of los verkocht.

Roodlof

Roodlof is familie van de witlof en van oorsprong een wilde sla soort. De buitenste bladeren zijn bitter en worden daarom ook na de oogst verwijderd. De smaak van de roodlof is nogal bitter, pittig en zurig van smaak. De sla heeft rode bladeren en een brede witte nerf. Je hebt ook een langwerpige variant.

Rucola

Rucola wordt ook wel rocket sla of notensla genoemd, dit door zijn nootachtige smaak. Deze slasoort wordt steeds populairder in de horeca keuken. Hij is ook wel de vervanger van de basilicum in de pesto.

Spinazie

Spinazie is een eenjarig snelgroeiende bladgroente die al vroeg in het voorjaar verkrijgbaar is. Men kent drie soorten: klein bladig, grofbladig en wilde spinazie. De spinazie is wat ijzerachtig van smaak. Deze smaak heeft vooral de wilde spinazie omdat hij een dikker blad heeft.

Veldsla

Veldsla heeft fris groene blaadjes die lepelachtig van vorm zijn. Ze groeien in kleine rozetjes. Jonge veldsla wordt ook wel broeivet genoemd.

Witlof

Witlof is een bladgroente die in het donker wordt geteeld. Het wordt ook wel Brussels lof genoemd. In het licht wordt de krop door chlorofylvorming namelijk groen. De afgesneden krop kan rauw of gekookt worden gegeten.

Terug

Knol- en wortelgroenten

Knol en wortelgewassen groeien onder de grond. Knolgewassen zijn herkenbaar aan hun knolvorm en het verdikte stengeldeel boven de wortels. Wortelgroenten zijn herkenbaar aan hun penvorm en zijn de wortels van een plant.

Bospeen

Dit zijn jongen kleine wortelen die in het voorjaar verkrijgbaar zijn. Ze worden met loof en opgebonden verhandeld. Ze zijn lang en slank en hebben per bos over het algemeen dezelfde lengte. De wortel heeft een fris zoete smaak. In Frankrijk wordt van het loof ook wel soep gemaakt.

Knolselderij

Deze groenten is een vrij grote, bruine knol met veel knoesten en wortels. Deze groente heeft een pittige en kruidige aromatische smaak. Ze worden zowel met als zonder blad verkocht. Het blad lijkt veel op bladselderij maar is erg sterk en bitter.

Pastinaak

Dit is een lange witte wortel met een zoetige op anijs lijkende smaak. Hij is minder stevig dan de wortel en u kan hem zowel rauw als gekookt eten.

Radijs

De radijs heeft een rode schil met wit vruchtvlees. Het wordt verkocht in bosjes met het loof. Het loof is ook eetbaar en wordt bijvoorbeeld verwerkt in stampotjes. De radijs zelf wordt rauw gegeten

Rammenas

Wordt ook wel zwarte radijs genoemd, hij smaakt alleen scherper. U kunt hem zowel rauw als gekookt eten. Rettich en diakon zijn de witte variant op deze groente.

Rode biet

We kennen 2 soorten bieten in Nederland. De zomer en winterbiet. De zomerbietje zijn de bekende kleine bietjes met blad. Ze zijn rond en zoet van smaak. De winterbieten zijn groot, rond en soms wat ovaalvormig. De winterbiet wordt zonder blad verkocht. Ze zijn rauw en gekookt in de handel verkrijgbaar. De winterbiet is ook zoet, maar heeft ook een grondige smaak.

Schorseneren

Deze lang, staakvormige wortel wordt ook wel winterasperge genoemd. De bruinzwarte schil is kurkachtig. Schorseneren moeten goed afgespoeld en daarna geschild worden. Om verkleuren te voorkomen moet je ze bewaren in water met citroen. Om verkleuring tijdens het koken te voorkomen moet je melk aan het water toevoegen. De smaak van schorseneren is zacht nootachtig en kruidig.

Venkel

Venkel is een groente die veel geteeld wordt in landen rondom de Middellandse zee. Hij groeit het best van de herfst tot vroeg in het voorjaar. In de zomer is het te heet om deze groente te verbouwen.

Waspeen

Dit is gewassen bospeen waarvan het lof is verwijderd. Daardoor kan de waspeen ook goed opgeslagen worden en het hele jaar door worden verkocht . Een ander naam is ook wel breekpeen.

Winterwortel

De winterwortel is de dikkere variant en is net als de andere soorten zeer gezond. Buiten de zomermaanden, is hij het hele jaar door verkrijgbaar.

Terug